Vraag
22 mei 2026
Huisdierenverwaarlozing
Op 6 mei 2026 maakte de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn bekend dat zowel het aantal meldingen als de ernst van dierenverwaarlozing in Nederland zijn toegenomen. Een belangrijke oorzaak lijkt het gebrek aan betaalbare medische zorg voor huisdieren, waardoor mensen noodzakelijke behandelingen niet meer kunnen betalen. Onze fracties zijn bezorgd over impulsaanschaffingen van huisdieren, stijgende inflatie en onbetaalbare dierenartskosten die kunnen leiden tot ernstig dierenleed of zelfs overlijden van dieren.
De fracties van PvdD en Deventer Sociaal hebben hierover de volgende vragen aan het college.
1. Heeft het college kennisgenomen van de recent gepubliceerde berichten over de toename van ernstige dierenverwaarlozing in Nederland? Wordt deze trend ook waargenomen binnen de gemeente Deventer?
- Indien deze trend zich ook in Deventer voordoet, kan het college dan aangeven om hoeveel meldingen of signalen het gaat, afkomstig van gemeentelijke meldpunten, de dierenambulance, dierenasiels, dierenvoedselbank, dierenartsen, de politie, handhaving, welzijnsorganisaties of andere samenwerkingspartners?
- Indien deze problematiek in Deventer niet of minder speelt, betekent dit dan dat dergelijke data momenteel onvoldoende worden bijgehouden of gedeeld tussen de betrokken instanties?
2. Deelt het college de zorgen van de Partij voor de Dieren en Deventer Sociaal over de toename van ernstige dierenverwaarlozing en de samenhang daarvan met stijgende inflatie en dierenartskosten?
3. Wat zijn de stappen die er zijn genomen na de behandeling van de: Motie ondersteuning dierenartskosten minima (juli 2023) en de raadsmededeling 2024 – 118
4. Is het college bereid om waar nodig meer financiële ondersteuning beschikbaar te stellen voor minima om dierenleed te voorkomen? Zo nee waarom niet?
5. Kan het college de status aangeven van het in het Actieplan Aan de slag (van de Deventer coalitie één tegen eenzaamheid.) genoemde extra aandacht voor: ‘de link tussen huisdierleed en eenzaamheid en bestaande initiatieven hierin benutten’.
Zijn daar duidelijke waarneembare trends? Zo ja, wat is daar dan mee gedaan?
6. Op welke wijze zijn Boa’s momenteel toegerust om signalen van dierenleed en dierenverwaarlozing in de openbare ruimte te herkennen en te melden? Zijn hierover werkafspraken, meldroutes of trainingen ontwikkeld? Zo nee, waarom niet?
7. Herkent het college dat problematiek zoals ernstige schulden, psychische problemen, sociaal isolement, vervuiling of huiselijk geweld een risicofactor kan vormen voor dierenverwaarlozing? Wordt binnen wijkteams, schuldhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning momenteel actief aandacht besteed aan het welzijn van aanwezige huisdieren wanneer dergelijke problematiek in beeld komt?
8. Is het college bereid om te onderzoeken of professionals in wijkteams, schuldhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning beter ondersteund kunnen worden bij het herkennen van signalen van mogelijke dierenverwaarlozing en het vroegtijdig ingrijpen bij problematische situaties, om escalatie van dierenleed te voorkomen?